Home arrow Media arrow Magazine arrow Sport International - Ik wil pas erkenning als ik het verdien

logo

Sport International - Ik wil pas erkenning als ik het verdien
Monday 19 December 2005

Sport International - Bjorn Goorden

Shorttracker Niels Kerstholt wil en zal ooit een wereldtopper zijn

‘Ik wil pas erkenning als ik het verdien’

Het is niet altijd even makkelijk om Niels Kerstholt onder je hoede te hebben. Maar, zo oordeelt bondscoach Jan Herman Mogendorff: ‘Als je niet lastig bent, ben je geen topper. Topsport is een wereld waarin je elkaar voortdurend uitdaagt.’ En of het toeval is of niet: de 22-jarige shorttracker heeft zich op de Werelbekerwedstrijden van Bormio en Den Haag als enige Nederlander rechtstreeks gekwalificeerd voor de olympische 1000 meter van Turijn. Een monoloog van een ‘gedreven mannetje’.

‘Hoewel ik me met mijn tiende de plaats overall in de World Cups van Bormio en Den Haag volgens de richtlijnen direct had geplaatst, was het nog niet meteen zeker of ik ook daadwerkelijk naar de Winterspelen zou gaan. Cees Juffermans had zich namelijk al in een eerder stadium genomineerd voor de 1000 meter en wij als Nederlanders hadden maar één olympisch startbewijs binnengesleept op die afstand. Vanwege eerdere ervaringen rekende ik maar op het ergste, dat ik anderhalve maand, twee maanden zou moeten wachten op uitsluitsel.

De besluitvorming ging gelukkig wat sneller. Een week of twee na de World Cup in Den Haag was ik in Heerenveen bij de trials voor het EK in Polen. Ik mocht niet meedoen omdat ik door mijn prestatie in de wereldbekerwedstrijden toch al was gekwalificeerd. Ik liep maar wat rond, ging ook af en toe bij de langebaan kijken, waar de World Cup van Heerenveen gaande was. Ineens kwam de bondscoach naar me toe. “Jij gaat naar de Spelen”, zei-ie. Ik stond even perplex, maar bleef twijfelen omdat ik niet wist of ik nou als reserve of als starter zou meegaan. Tien minuten later liep ik bij de langebaan wat journalisten tegen het lijf. “Heb je al wat gehoord?”, vroegen ze meteen. Ik begroef mijn onderkaken onder de rits van mijn jas, want ik mocht nog niets zeggen. Ik ben snel weer weggelopen, want de verleiding om wél iets te zeggen was te groot.

Om het op een of andere manier toch te vieren kocht ik op het station een zak Hamka’s en een zak M&M’s, die ik in geen tijd naar binnen werkte. Op het moment dat ik in de trein zat, belden de eerste verslaggevers. “Gefeliciteerd! Je gaat naar Turijn!” Kotsmisselijk van de zout- en zoetigheid drong het eindelijk tot me door dat ik naar de Olympische Spelen zou gaan. Ik werd er een beetje wild van, moet ik zeggen. Alleen raar dat ik het even bij niemand kwijt kon, ik had alleen maar die zak Hamka’s en die lege zak M&M’s om tegenaan te praten.

Thuis kon ik mijn opwinding gelukkig met mijn moeder delen. Hoewel ze natuurlijk heel blij was, bleef ze op dezelfde manier reageren als altijd. “Niels, eerst je mond leegeten voor je wat zegt.” En: “Niels, doe eens rustig!” Haha. Ik zit wel vaker enigszins opgefokt aan tafel, ben altijd wel met iets druk bezig. Als ik niet was gaan sporten, was ik nu een dik, vadsig carrièremannetje geweest, vrees ik. Die drang om ergens de beste in te zijn, zal altijd op de een of andere manier naar buiten moeten komen.’

Kennis aanboren

‘Niet iedereen kan de beste worden, maar op een bepaald aantal aspecten kun je zóveel groeien. Met alles probeer ik progressie te boeken, ben constant op zoek naar de beste trainingsschema’s, de beste fysio’s, enzovoort. Je ziet Apolo Anton Ohno dat ook doen. Hij is een van de beste shorttrackers ter wereld, maar nog steeds dagelijks in de weer om dingen uit te diepen. Omdat de Koreanen hem er nu keer op keer uitschaatsen, heeft-ie er bijvoorbeeld een Koreaanse trainer bijgehaald. Evenals hij, en mensen die dicht bij hem staan, ben ik voortdurend bezig bronnen van kennis aan te boren. Het is geen kwestie van klakkeloos kopiëren, maar telkens datgene er uitpikken wat voor jou zou kunnen werken. Het is voor mij  nu eenmaal de enige manier. De enige manier om de top te bereiken.

Vorig jaar kon ik als reserve mee naar het WK. Het seizoen zat er voor mij al op, omdat ik op het NK een paar fouten had gemaakt. Ik had er weinig zin meer in, toch ben ik naar Peking gegaan. Om te leren. Dat was het grote doel dat ik daar voor mezelf had gesteld. Ik heb de Koreanen, Canadezen en Chinezen nauwgezet gevolgd, gekeken naar hoe ze communiceren met hun coach, maar ook bestudeerd wat voor soort materiaal ze gebruiken. Ik heb een materiaalman van de Canadezen aangeschoten. Omdat ik vorig jaar en ook dit jaar helemaal geen direct gevaar vorm, wilde hij wel wat aan mij vertellen. Op die manier steek je steeds wat op. Die andere landen, de toplanden van nu, hebben de laatste tien, twintig jaar een enorme ontwikkeling doorgemaakt. In elk geval veel meer dan wij in Nederland.

Of meer mensen in de Nederlandse kernploeg er zo mee bezig zijn als ik? Een paar, een beetje. Ik ben nogal extreem daarin. Maar ik denk dat je niet zonder kan. De bondscoach zegt wel eens: “Je kunt honderd rondjes schaatsen, maar je kunt ook honderd rondjes schaatsen om er beter van te worden”. Je móét constant leergierig zijn, anders blijf je op een gegeven moment op een bepaald niveau hangen. Dat wil ik niet. Ik wil niet dat ik over acht jaar terugkijk en dat een halve finale World Cup dan mijn beste prestatie is. Ik wil de wereldtop er afrijden! Of in elk geval dat ze bang voor me zijn, bang voor Niels Kerstholt! De drang om het allerhoogste te bereiken is zo verschrikkelijk groot dat het gewoon niet anders kan dat ik het nog ga redden ook!’

Te vroeg

‘Voor mijn gevoel sta ik nog helemaal aan het begin. De Spelen van Turijn komen eigenlijk te snel voor me. Maar dat wil niet zeggen dat ik niet zal proberen er het maximale uit te halen. De halve finale of meer zit er echter niet in, vermoed ik. Tegen de echte wereldtop kom ik nog tekort. Ja, de kwartfinale, dat is voor mij al een doel op zich. Dat zal moeilijk genoeg zijn. Helemaal als ik al in de eerste ronde tegenover wat klootzakken kom te staan die gewoon harder rijden dan ik.

Ik zal ook zeker van de Spelen proberen te genieten. Dave Versteeg was er in 1998 voor het eerst bij en dacht dat er nog meerdere Spelen zouden komen. Maar de eerste werden ook zijn laatste. Dat moet ik in mijn achterhoofd houden. Maar ik ben ervan overtuigd dat het met mij anders zal gaan. Míjn Spelen komen pas over vier, misschien wel acht jaar.

Maar zelfs dan, als ik bij de absolute top hoor, is succes moeilijk te garanderen. In het shorttrack wint de beste van de wereld niet altijd. Als je pech hebt, heb je kans dat je er na de eerste race al uitligt. Dong-Soo Kim was vier jaar geleden zonder twijfel de beste shorttracker ter wereld, maar op de Spelen van Salt Lake City won-ie helemaal niets. Geluk speelt een grote rol in onze sport. Kijk maar naar die Australiër Steven Bradbury vier jaar geleden. Hij won de halve finale én finale omdat zijn tegenstanders elkaar onderuit reden.

Een shorttracker moet tevreden zijn als hij vier jaar bij de wereldtop zit, vier jaar lang serieus meedoet voor de medailles. De ene keer win je niks terwijl je het eigenlijk wel verdient, de volgende keer pak je goud wat zilver had moeten zijn. Dát is het grote verschil tussen shorttrack en langebaanschaatsen, waar de beste van het moment de beste tijd neerzet en dus de winst grijpt.

Ik ben niet zoals anderen, onder wie de bondscoach, steeds op zoek naar erkenning voor de sport. Ik hoef geen erkenning. Die wil ik pas hebben als ik goed ben, als ik het verdien. Ga eerst maar eens keihard schaatsen. Natuurlijk zijn de omstandigheden en de begeleiding hier minder dan in de toplanden, maar dat is geen reden om minder te presteren. Ga zelf iets om je heen bouwen! Onderneem wat!

Je moet je ook niet laten afbluffen door andere landen. Een Koreaanse trainer wilde me een keer beetnemen en vertelde me dat ze ten minste acht uur per dag trainen. Ahn zat naast hem en schudde steeds het hoofd. Hou je mond dicht, man, wat lul je nou. Zo keek hij. Bovendien had ik al eens van een Koreaanse schaatser gehoord dat ze per dag meestal een droogtraining en twee ijstrainingen van elk een uur doen. Dat zei ik ook tegen die bluffende Koreaan, die dat vervolgens wild begon te ontkennen. “Nee, nee!”, riep hij uit. “We trainen twee keer twee uur op het ijs en gaan daarna vier uur the woods in.” Haha. Natuurlijk trainen ze hard, maar niet als gekken. Er zit volgens mij veel meer denkwerk achter dan ze willen laten doorschemeren.’

Schwalbe

‘In dit land wordt onze sport niet altijd begrepen. Neem bijvoorbeeld mijn schwalbe tijdens de race in Den Haag. Ik heb er begrip voor dat iemand van de pers niet supergoed is ingevoerd in het shorttrack – we zijn in Nederland nu eenmaal een kleine sport – maar om zoiets op te schrijven, dat klopt gewoon niet. Onder schwalbe versta ik expres vallen terwijl er niks gebeurt. En dat was nou net níét het geval. Ik lag drie, vier rondes voor de finish aan de leiding en gooide het gat aan de binnenkant dicht op het moment dat een Japanner er onderdoor probeerde te knallen. Ik kreeg een beuk, viel half en was daardoor in één klap kansloos voor het verdere verloop van de race. Om te benadrukken dat je onreglementair bent getoucheerd, ga je dan maar helemaal liggen. Met als gevolg dat je door een scheidsrechterlijke beslissing naar de volgende ronde gaat.

Tactisch rijden is heel belangrijk in shorttrack. Je moet sneaky zijn. Weten wanneer je van een tegenstander een dodemansactie kunt verwachten waardoor jij of iemand anders ten val komt, en daar gebruik van maken. Die dingen horen erbij. Zoals dat ook het geval is met het kiezen van je plek na de start. Dat tactische, het sparen van krachten en tegelijkertijd wel zo hoog mogelijk eindigen, daar moet ik het op dit moment vooral van hebben. Straks als ik op mijn best ben, kan ik net als de andere toppers meedoen in het gevecht om de vroege koppositie. Waarna ik zo hard blijf doorrijden, dat niemand er meer overheen kan komen. Hoewel dat wel weer veel krachten kost met het oog op de volgende races...

Veel shorttrackers kennen een hoop ups en downs. Voordeel van mijn manier van rijden is dat ik er vaak het maximale uithaal. Ik presteer vrij gelijkmatig, waardoor ik profiteer van de downs van anderen. Diegene die in Bormio 42ste was en in Den Haag eerste (de Chinees Jiajun Li, red.), hield ik in het algemeen klassement onder me. Op die manier heb ik me gekwalificeerd voor de Spelen. Een keer werd ik twaalfde, een keer zeventiende, maar gemiddeld sta ik tiende, dus bij de voor kwalificatie noodzakelijke eerste twaalf.

Of het voor mij een horrorscenario zou zijn als ik alleen naar Turijn moet? Ja en nee. Er is sowieso altijd een trainingsmaat bij me. Hoewel ik dan natuurlijk wel iemand mis met wie ik samen naar de Spelen kan toeleven. Iemand die mij gretiger maakt, me oppept. Aan de andere kant vind ik het niet zo erg, omdat mensen van de pers of de schaatsbond dan vooral naar mij toe zullen komen. Zodat ik mijn verhaal goed kwijt kan en ik misschien makkelijker een goed begeleidingsteam voor de komende jaren bij elkaar kan krijgen.

Ik wil graag bijdragen aan de ontwikkeling van de Nederlandse shorttracksport. Nu staan we er op alle vlakken nog niet zo goed voor. We moeten er alles aan doen om aan te sluiten bij de top. En als dat twaalf jaar duurt... Tja, dan is dat jammer, want dan komt het voor mij te laat. Begrijp me goed, ik ga hier niet naar voren treden als redder des vaderlands, maar ik zou het prachtig vinden onderdeel uit te maken van het proces dat Nederland op de goede weg heeft gebracht. Aan zulke dingen moet ik nu eigenlijk niet denken. Het enige waar ik me vandaag, morgen en overmorgen mee bezig dien te houden, is beter worden. Beter, beter, beter worden.’

KADERTJE:

‘Cees en Niels zijn niet minder dan Davis’

Jan Herman Mogendorff is bondscoach van het Nederlands shorttrackteam. Nog even, tot en met de Spelen van Turijn. ‘Het is allemaal leuk en aardig, maar er zijn meer dingen tussen hemel en aarde. Ik wil meer dingen hebben gedaan voordat ik voorgoed mijn ogen sluit.’ Maar niet voordat hij een stevig fundament voor de lange termijn heeft gelegd. ‘Shorttrack moet het respect krijgen wat het verdient.’ 

In een vormloos, blauw trainingspak loopt het frêle gestalte zich dwars door het publiek heen warm. DPRK van Democratic People’s Republic of Korea staat er op haar rug te lezen. Jong-Suk Yun, want zo heet ze, laat zich door geen kapitalistische ongelovige afleiden, zoals de geliefde Noord-Koreaanse leider Jong-Il Kim dat graag ziet. Totdat ze ineens stil blijft staan als een jeugdige Zwarte Piet haar weg kruist. Het kost haar een seconde of drie, vier om zich te herpakken en haar blik weer op oneindig te krijgen.

Cultuurschokken rondom de shorttrackbaan zorgden tijdens de World Cup in Den Haag voor tal van vermakelijke momenten. Op het ijs was er voor de toch al niet massaal opgekomen Nederlandse supporters een stuk minder te beleven. Zowel de mannen- als vrouwenploeg faalde jammerlijk in de jacht op kwalificatie voor de Olympische Spelen, zoals dat ook met de olympisch genomineerden Cees Juffermans en Liesbeth Mau-Asam het geval was. Alleen Niels Kerstholt wist zich al in Den Haag voor Turijn te plaatsen.

Niet alleen op de prestaties was het een en ander aan te merken. Mogendorff: ‘Die baan in Den Haag; het was om je dood te schamen! Hoe kun je het in je blote bol halen zo’n wedstrijd op zo’n slechte baan te laten verrijden. In het mannentoernooi wilden de relayploegen de finale niet meer rijden omdat ze bang waren bij valpartijen blessures op te lopen. Ach, shorttrack is in Nederland een onderontwikkelde sport.’

Shorttrack geniet in Nederland weinig respect, terwijl de sport dat wél verdient, in de ogen van Mogendorff. ‘Shani Davis is misschien wel het ultieme voorbeeld voor het niveau van shorttrack. Hij rijdt fantastische tijden in het langebaanschaatsen, terwijl hij in onze sport niet tot de absolute top behoort (Davis’ pogingen om zich ook voor shorttrack te kwalificeren voor Turijn faalden jammerlijk, red.). Hij komt niet in de buurt van grootheden als de Koreaan Hyun-Soo Ahn of de Amerikaan Apolo Anton Ohno. Geloof me, Cees en Niels zijn echt niet minder.’

‘Het shorttrack moet in Nederland heel snel overeind krabbelen, er moet een stevig fundament liggen na de Spelen’, vervolgt Mogendorf. ‘Anders missen we de boot. Om duidelijk te maken dat het shorttrack wél wat voorstelt, spoor ik de dames en heren uit de nationale ploeg aan na de Spelen deel te nemen aan langebaanwedstrijden. Zich er eens een jaar voluit op te richten, is ook goed voor ze qua training. En dat gaat ook gebeuren. Let maar op, het zal heel wat impact kunnen gaan hebben.’

KADERTJE PRESTATIES NEDERLAND:                      

Vijfhonderdste te langzaam voor brons

Een keer vierde, drie maal zesde en een keer achtste. Meer zat er tot dusver niet in voor de Nederlandse shorttrackers op de Winterspelen. De spektakelshow op de 111 meter lange ijsovaal is overigens pas sinds Albertville 1992 een olympische sport. 

De 500 meter bij het olympisch debuut van shorttrack bracht Nederland het dichtst bij eremetaal. Monique Velzeboer, die na een zware val waarbij ze een dwarslaesie opliep nu excelleert als fotografe, kwam slechts vijfhonderdste van een seconde tekort om beslag te leggen op het brons.

Twee zesde plaatsen zijn binnengehaald door twee damesploegen. Op de 3000 meter relay van zowel Albertville als Lillehammer (1994) streden de Oranje-vrouwen mee in de nabijheid van de wereldtop. Priscilla Ernst, Joelle van Koetsveld van Ankere, Monique en Simone Velzenboer deden dat in 1992. Twee jaar later vormden dezelfde Ernst met Penelope Di Lella, Anke Landman en Esmeralda Ossendrijver de koppelkoersploeg.

Dave Versteeg is de succesvolste Nederlandse mannelijke shorttracker. In Nagano 1998 werd hij zesde op de 500 meter. Cees Juffermans kwam op de 1500 meter in de buurt van evenaring van die prestatie. De 23-jarige student aan de Johan Cruijff University finishte vier jaar terug in Salt Lake City als achtste. 

PASPOORTJE NIELS KERSTHOLT: 

Niels Kerstholt

Geboren: 2 april 1983 in Utrecht

Woonplaats: Utrecht

Club: Hardrij Vereniging Den Haag/Westland (HVHW)

Opvallende prestaties: Zilver met relayploeg en zesde op de 1000 meter op het EK 2005, Nederlands kampioen junioren B, derde NK senioren (2004 en 2005), geplaatst voor de Olympische Spelen van 2006

 
< Vorige