Home arrow Media arrow Webnieuws arrow Sport 1 - Exclusief interview: Niels Kerstholt

logo

Sport 1 - Exclusief interview: Niels Kerstholt
Wednesday 04 April 2007

Sport 1 

De lente is begonnen, de terrassen lopen aardig vol en de schaatsen liggen opgeborgen. Ook de ijzers van Niels Kerstholt liggen weer in de kast. Reden voor SportOne om uitgebreid terug te blikken met Nederlands beste shorttracker over een bewogen seizoen. ‘Ik ga ervoor om die wereldtop te halen, maar ik merk dat er nog een heleboel vlakken zijn waarop het beter moet.’

Kerstholt behaalde het afgelopen seizoen een aantal aansprekende resultaten. Zo veroverde hij brons op de 1500 meter bij het EK en eindigde hij op dezelfde afstand als negende bij het WK. Daartegenover stonden ook twee diskwalificaties tijdens de mondiale titelstrijd. Al met al kijkt de Utrechter met een goed gevoel terug op zijn seizoen. ‘Ik ben op verschillende afstanden een stuk harder gaan rijden. Ik heb op het Nederlands kampioenschap op kop tijden van 1.28 op de 1000 meter gereden, waar ik eerst 1.30 of 1.31 reed. Dat zijn verbeteringen die zijn echt gigantisch.’

Daarnaast verbrak Kerstholt met 2.14,885 het Nederlands record van Robbert-Kees Boer op de 1500 meter. Het gaat hem echter niet om de resultaten als hij het afgelopen seizoen beoordeelt. ‘Ik ben op alle vlakken dit jaar veel beter geworden en als ik terugredeneer kijk ik niet zozeer naar de resultaten, maar naar mijn techniek, mijn kracht en conditie. Als ik die dingen objectief bekijk, mag ik in mijn handen wrijven dat ik dat goed heb gedaan. Alleen ben ik nog steeds niet de top van de wereld. Maar over afgelopen jaar gesproken ben ik tevreden met hoe het is gegaan en met de mogelijkheden die er inzaten.’

Enige Nederlander

Het seizoen begon voor Kerstholt in oktober in Azië, alwaar hij de enige Nederlander was. ‘Dat was leuk. Normaal ben je altijd met de Nederlanders bezig als je op stap gaat met hen. Maar in Azië was ik de enige, dus moest ik contacten gaan zoeken. Daardoor stond ik alleen maar te ouwehoeren met allerlei rijders, maar dat leverde mij op dat ik nu beter contact heb met verschillende rijders in de wereld. Daardoor heb ik een hoop dingen opgestoken over materiaal en techniek en zo krijg ik misschien ook eerder de kans om bijvoorbeeld een keer met hen mee te trainen.’

Zwaar programma
De start van het seizoen verliep niet geweldig voor de 24-jarige Nederlander, maar daar heeft hij een goede verklaring voor. ‘Ik train dit jaar voor het eerst met de internationale ploeg. Ik had heel veel moeite met het programma, omdat het echt een stuk zwaarder was dan wat ik gewend was. En hoe vermoeider je wordt, hoe moeilijker het wordt om soepel en op techniek te blijven rijden. Ik trapte vaak bijna in de valkuil dat je op kracht gaat werken om er nog bij te blijven, waardoor je jezelf nog meer uitput en waardoor je ze helemaal niet meer bij kan houden. Dus ik zat een beetje op die grens te spelen. Daar had ik bij de World Cups in Amerika en Canada een beetje last van.’

Ondanks dat de resultaten wat tegenvielen, heeft hij toch een goed gevoel overgehouden aan de openingswedstrijden van het seizoen. ‘In Azië had ik hetzelfde als in Noord-Amerika, maar toch vond ik niet dat ik slecht reed. Want als ik ga kijken naar mijn wereldbekerprestaties van vorig jaar, gebeurt het nu niet meer dat ik er in de voorrondes al uitlig. Dus ik ben qua basisniveau een stuk omhoog gegaan. Alleen ben ik nog geen wereldtopper en dat is nu het probleem waar ik mee zit. Daar probeer ik nu oplossingen voor te bedenken. De resultaten in Azië en Canada waren nog niet spetterend, maar ik ben er niet ontevreden over.’

Internationale trainingsgroep
Kerstholt heeft het er al even over gehad: de internationale trainingsgroep. Half november stapte hij over naar de groep van de Belgische bondscoach Jeroen Otter, omdat hij het trainingsniveau bij de Nederlandse equipe te laag vond. Het niveauverschil kwam goed naar voren bij de NK, waar hij de concurrentie op de 3000 meter dubbelde. ‘Het verschil tussen mij en de Nederlandse trainingsgroep is groter geworden afgelopen jaar, waar ik had verwacht dat het niveauverschil kleiner zou worden. Je kunt het zien aan hoe ik het Nederlands kampioenschap won. Dat was echt met dikke overmacht. Een trainingsmaatje van mij zei in een krant: “hij speelt met ons.” Dat was ook wel zo. En ik vind dat een taak voor de Nederlanders om daar wat aan te doen.’

Samenwerken
De Utrechter heeft een goede oplossing om het niveau in het Nederlandse shorttrack te verbeteren. ‘Wat ik graag wil, is samenwerken met die internationale rijders. Dan heb je rijders om je aan op te trekken. Ik kan in m’n eentje het niveau van de Nederlandse ploeg niet omhoog trekken, maar als je heel veel kopmannen hebt kan dat misschien wel. Die internationale trainingsgroep waar ik in zit, dat zijn allemaal rijders die ergens wat hebben geleerd over materiaal. Dus we hebben heel veel kennis uit verschillende hoeken van de wereld, omdat zij met allerlei lui hebben gepraat. Dat kunnen we bij elkaar leggen en daar kunnen we goede dingen uit halen. Daar zouden heel veel andere Nederlanders ook van kunnen profiteren.’

Het probleem is alleen dat de KNSB nog niet wil samenwerken met internationale rijders, omdat ze bij de eerste stap willen beginnen met het opbouwen van het Nederlandse shorttrack. Het samenwerken is misschien wel stap nummer 27. ‘Ik vind dat je daar wel haast bij moet hebben. Je kunt eindeloos de boel in Nederland stapje voor stapje opbouwen. Ze (de KNSB, red.) zeiden ook in de krant: “we zitten hier niet in Nederland om de buitenlanders beter te maken.” Probleem is alleen dat het niet zo is dat wij anderen beter gaan maken. Als je je tegenstander sterker maakt, wordt je daar zelf ook beter van. En zolang wij samenwerken, zou dat opleveren dat wij uiteindelijk zelf als topland ook goed zullen worden. Misschien dat daar een Belg van profiteert, maar dan staan wij dus ook op dat wereldniveau. Dat heb ik liever dan dat wij uiteindelijk net wat beter zijn dan die Belg, dan dat we nog steeds land nummer tien zijn.’

Europees kampioenschap
Half januari vond in Sheffield het EK plaats. Kerstholt begon uitstekend met een bronzen medaille op de 1500 meter, maar daarna waren de resultaten wat minder. Toch is hij meer dan tevreden met zijn optreden tijdens het EK. ‘Ik heb op het EK echt heel goed gereden. Ik lag op de 1500 meter tweede in de laatste bocht, maar ik was blij met een podiumplek. Ik knijp in m’n handen en iemand pakt mij op de finish binnendoor. Dat was echt een goed resultaat. 500 Meter ben ik normaal niet goed in, maar ik stond wel in de halve finale en kwam heel erg ver. Op de 1000 meter word ik onderuit getrokken aan m’n been. En op de drie kilometer hebben Pieter Geysel en ik de finale gedomineerd en dat was wat we wilden. Eerst waren het altijd de Italianen die de boel bepaalden en nu waren Pieter en ik dat. Dat heb ik omdat ik voor Pieter heb gewerkt, moeten bekopen met een vijfde plek. Dus ik ben heel blij met het EK.’

Diskwalificaties
Zijn laatste toernooi van het seizoen was het WK. Daar legde hij beslag op de negende plek op de 1500 meter, maar kreeg hij ook twee diskwalificaties aan zijn broek. Toch was hij met één diskwalificatie blij. ‘Ik reed op de 500 meter binnendoor bij een Kazak. Dat is een rijder die kan ik ook buitenom inhalen. Maar ik zie hem op een Koreaan knallen, ik ga er in een reflex binnendoor voorbij, ik doe vier stappen op het rechte eind en ik duik de bocht in. Dat was een heel goede reflex, maar het was voor het eerst dat ik dat in een wedstrijd deed. En bij de eerste keer moet het bij mij altijd mislukken om de één of andere reden. Die Kazak kon me nog net raken. Maar ik was na die rit heel blij dat ik op een reflex had gereden die ik nog nooit had gehad, alleen kreeg ik er wel een diskwalificatie voor.’

Scheidsrechters
Tijdens het WK in Milaan was Nederlands beste shorttracker niet bepaald tevreden over de scheidsrechters. ‘Op de 1000 meter ben ik gediskwalificeerd voor iets, waar ik nog steeds niet van weet waarvoor. Op het WK was het voor het eerst dat ik de besluiten van de scheidsrechters niet begreep. Ik heb een diskwalificatie gekregen voor inhalen, terwijl ik de hele rit niemand heb ingehaald. Maar het is niet iets waar ik me nu nog druk om maak. Het WK viel daardoor voor een deel tegen, hoewel ik op de 1500 meter heb laten zien dat ik heel goed rijd.’

Dit was niet het enige besluit tijdens het WK dat dubieus was. ‘Normaal gesproken ben ik niet zo’n zeikerd op scheidsrechters, want ik vind gewoon dat je niet afhankelijk moet zijn van die lui. Het afgelopen WK is een aantal besluiten twijfelachtig geweest. Ik heb ook een paar dingen gezien dat ze Koreanen die echt iets fout deden toch niet diskwalificeerden. Maar wat mijn insteek is, is dat je niet afhankelijk meer moet zijn van scheidsrechters. Alleen probleem is ook: hoe hoger je komt, hoe dichter het niveau op elkaar komt, hoe afhankelijker je weer bent van scheidsrechters.’

Wereldtop
Kerstholt is net 24 geworden en heeft nog een behoorlijke carrière voor de boeg. Op dit moment wordt het shorttrack overheerst door de Koreanen. Hij denkt echter dat het lukt om bij de wereldtoppers in de buurt te komen. ‘Je ziet wel dat het heel moeilijk is. De Koreanen hebben in hun aard zitten dat ze veel beter gecoördineerd zijn, dat ze veel beter aansturing hebben op hun lichaamsdelen. Voor shorttrack heb je dat nodig: ze zijn klein en explosief. Maar er zijn ook heel veel wereldkampioenen geweest die waren verschrikkelijk sterk. En Nederlanders zijn westerlingen en die zijn heel erg sterk. Dat kun je als voordeel uitbuiten. En ik denk dat we in Nederland een voordeel hebben dat wij qua trainingsschema’s inspanningsfysiologisch gezien heel goed in zijn. Dus als we dat uitbuiten en als wij die achterstanden qua techniek en materiaal allemaal ingehaald hebben op die andere landen, misschien kunnen we dan heel erg ver komen.’

Om het gat met de echte top te overbruggen moet hij nog wel flink sleutelen aan zijn techniek. ‘Mijn heup kan nog beter, mijn bekken kan nog beter gekanteld, ik moet veel dieper en met m’n bovenlichaam moet ik beter leren spelen. Dat zijn dingen waar ik deze zomer mee aan de slag wil gaan. Als ik dat komend jaar voor elkaar heb, heb ik alweer een hele grote sprong gemaakt. Misschien krijg ik m’n techniek niet zo perfect voor elkaar als Hyun-Soo Ahn, maar ik ben twee keer zo sterk als zo’n jongen. Dus dan kan ik misschien ook wel meer presteren.’

Over zijn uiteindelijke doel is de meervoudig Nederlands kampioen ambitieus. ‘Ik ga ervoor om die wereldtop te halen. Maar dan moet ik die achterstanden qua materiaal en techniek inhalen. Daar ben ik druk mee bezig. En het hele plaatje moet kloppen, dus ik merk dat er nog een heleboel vlakken zijn waarop het beter moet. Maar ik denk dat dat wel komt.’

 
< Vorige   Volgende >