|
Nu.nl - Missie shorttrackers recht overeind |
|
Saturday 14 March 2009 |
|
Nu Sport , 11 maart 2009 Iedereen fronste de wenkbrauwen toen hij drie jaar geleden in Nederland arriveerde en John Monroe zijn olympische missie met de Nederlandse shorttrackers neerzette: drie finales en één medaille in Vancouver 2010.
Een jaar voor de Winterspelen lijkt de Canadees niet eens zo’n hele boude bewering te hebben gedaan. “Iedereen is achter de missie gaan staan. KNSB, sportkoepel NOCNSF, de atleten. Succes begint met commitment”, kijkt Monroe in de voorbereiding op de WK voor landenteams, komend weekeinde in Heerenveen, terug op de veranderingen in de laatste jaren.
Monroe werd na de deels mislukte Winterspelen in Turijn (2006) naar Nederland gehaald. Hij kreeg Dave Versteeg als assistent. Die stond tijdens de Winterspelen van Nagano (1998) op het ijs. Samen begonnen ze aan een weg, die door velen voor onmogelijk werd gehouden. In het weekeinde moet er in Thialf bij de WK weer een bevestiging volgen dat Nederland de afgelopen jaren stappen heeft gemaakt. “Want die zijn gemaakt”, oordeelt Monroe een jaar voor de Winterspelen.
Toevalligheid Shorttrack in Nederland was het in verleden een zaak van toevalligheid. “In mijn tijd was er kort voor de Winterspelen best wel wat mogelijk. Alleen was het geld na de Winterspelen altijd op. Maar wie lukt het nu om in een jaar een olympische medaille te verdienen? Niemand”, vat Versteeg het gebrek aan middelen, visie en toewijding uit het verleden samen.
Monroe vult hem in Thialf aan: “De toplanden in shorttrack zijn tien jaar bezig met olympisch succes. Tien jaar staat voor tienduizend uren. Niemand heeft een idee van hoe ver wij komen.”
Techniek In Turijn (2006) waren Niels Kerstholt en Liesbeth Mau-Asam actief; vier jaar eerder in Salt Lake City alleen Cees Juffermans. De aflossingsploegen misten beide keren kwalificatie. En daar is door Monroe en Versteeg nu wel weer op ingezet. Ze zijn echter begonnen bij de basis. “Er was jaren niets aan techniek gedaan. En techniek is de weg naar succes. We zijn begonnen die te veranderen. Dat proces kost tijd. Dat hebben we gekregen”, meent Versteeg.
De aflossingsploegen hebben de aansluiting dit seizoen voor elkaar gekregen. In de wereldbekerwedstrijden zijn de vrouwen een stabiele factor in de top acht. De mannen hebben na de terugkeer van Niels Kerstholt uit Amerika duidelijk de weg naar boven ingeslagen. De teams dienen zich volgend seizoen via twee wereldbekerwedstrijden voor Vancouver te plaatsen. “Het zou me tegenvallen als dat niet gebeurt. Op de EK wonnen de aflossingsploegen medailles. Ze weten dat ze zich met de toplanden kunnen meten, dat ze in de buurt van de medailles kunnen finishen”, zegt Monroe.
Magertjes Individueel is de oogst nog wat magertjes, met alleen nominaties voor Annita van Doorn en de jonge Fries Sjinkie Knegt. “Individueel hadden we inderdaad wat meer verwacht, maar we hebben dit seizoen ongekend veel blessureleed en ziektegevallen gekend. Kerstholt en Mau-Asam hadden er eigenlijk ook bij moeten zitten, maar dat gaat echt nog gebeuren”, verzekert Monroe.
“We halen tegenwoordig kwartfinales en halve finales. Het vertrouwen in elkaar is zo gegroeid dat bij iedereen het besef aanwezig is dat ze het met elkaar kunnen doen. Dat is misschien wel de grootste doorbraak van de afgelopen jaren. Toen we begonnen hadden we schaatsers, nu hebben we echte teams. Samen kunnen ze alles. Ze vertrouwen elkaar. Die doelstelling van drie jaar geleden staat nog steeds recht overeind”, glimlacht Monroe bij de gedachte aan Vancouver.
(c)ANP
|